Bij het monteren van nieuwe banden komt wel het één en ander kijken. Een juiste montage moet in overeenstemming gebeuren met de aanbevolen handelswijze en de geldende veiligheidsregels. Dit zorgt ervoor dat de band het beste presteert. Een foute of slechte montage kan schade veroorzaken aan de banden, het voertuig of zelfs aan personen. Daarom is het belangrijk dat dit gebeurt door mensen die hiervoor zijn opgeleid en over de geschikte apparatuur beschikken.
Het is van belang om rekening te houden met de technische instructies van de bandenfabrikant, de autofabrikant en wielfabrikant. Ook het gebruik van het montageapparaat en gereedschap moet bekend zijn.
Bij het demonteren van het wiel:
in het geval van dubbele montage of indien het wiel schade vertoont, moet je de banden leeg laten lopen vóór demontage, zorg ervoor dat de temperatuur van de band het toelaat om deze veilig te demonteren, volg de aanbevelingen en instructies van de fabrikant.
Een correcte bandenspanning is een heel belangrijke factor. Niet alleen met het oog op de beste prestaties van de band, maar ook met het oog op de veiligheid. Het is noodzakelijk voor een juist weggedrag van het voertuig (wegligging en remprestaties), evenals voor het behoud van de prestaties van de band.
Een te lage bandenspanning kan het rijgedrag van het voertuig aanzienlijk beïnvloeden. Dit geldt eveneens voor een te hoge bandenspanning.
Het foutief of niet balanceren laat zich voelen door trillingen in verschillende snelheidsbereiken. Het balanceren is daarom absoluut essentieel voor het rijcomfort en het behoud van prestaties van zowel het voertuig als de banden.
Het wielbalanceerapparaat moet:
Deze twee punten zijn bepalende factoren voor de kwaliteit van de uitgevoerd handeling en vormen dikwijls de oorzaak van een gebrekkige balancering wat te voelen is als voortdurende trillingen.
Behalve door een te lage bandenspanning kan onregelmatige slijtage van de banden worden veroorzaakt door verkeerd uitlijnen van het voertuig. Waardoor dit de volgende oorzaken hebben:
Door het uitlijnen van het voertuig te controleren en eventueel af te stellen verbeter je ten eerste de levensduur, vervolgens het brandstofverbruik en als laatste het weggedrag van het voertuig.
Om ervoor te zorgen dat de wielen tijdens het rijden parallel staan, geven autofabrikanten waardes aan voor toespoor of uitspoor bij stilstand. Gevolgen van onjuiste sporing voor het rijgedrag:
Het uitlijnen van de wielen van een motorvoertuig is het proces waarbij afwijkingen in de wielstanden worden gecorrigeerd. Deze afwijkingen kunnen bijvoorbeeld zijn ontstaan door het raken van een stoeprand, ook over een grote steen of door een gat in de weg rijden kan dit als gevolg hebben.
Bij een auto met wielstandafwijkingen kunnen verschillende klachten voorkomen. De belangrijkste in verband met de koersstabiliteit zijn:
Camber of wielvlucht is de afwijkende stand van de wielen van een voertuig ten opzichte van de verticale lijn door het wiel.
Bij auto’s kent men zowel positieve als negatieve camber.
Ten eerste positieve camber:
Door spelingen en doorbuiging zakt de as in het midden iets in, waardoor de wielen slechts met de binnenkant van de banden de weg zouden raken. Door de toepassing van positieve vlucht wordt dit voorkomen. De belading corrigeert deze opzettelijke “fout” en de banden raken de weg over het gehele loopvlak.
Vervolgens negatieve camber:
Dit gebeurt in het algemeen bij aangedreven wielen, die door de aandrijfkrachten gecorrigeerd worden. Indien de aangedreven wielen tevens de zwaarst beladen wielen zijn, zoals bij een vrachtauto, wordt een “gulden middenweg” gezocht.